Internet: een toolbox voor journalisten of vergif? – Een kijk op Twitter

De taak van journalisten leek vroeger simpel: je nam een notitieblok, wat papier en een bandopnemertje mee en weg was je. Op naar de wijde wereld – of de jungle, hoe je het wil. Je deed je ding, kwam terug, typte je verslag in en klaar was je. Toch denken sommigen er net anders over. In de ‘goeie ouwe tijd’ was het bijvoorbeeld veel moeilijker om een netwerk op te bouwen, maar ook om nieuws op te vangen. Nieuws, laat dat net een onontbeerlijk gegeven zijn in de journalistiek.

Journalistiek heeft nogal wat evoluties doorgaan de voorbije jaren. Een van de nieuwe media die door de ene journalist bemind en de andere verguisd wordt, is Twitter. Welke rol speelt de microblogsite in het journalistieke proces? In hoeverre is dit medium interessant voor journalisten?

Is twitteren goed voor journalisten?

Even een inleiding voor wie Twitter nog niet zo goed kent. Twitter is in 2006 ontstaan als een project van enkele medewerkers van Odeo, een podcastbedrijf in San Francisco. Het project startte als een variant op sms’en, een site waarop je moest laten weten wat je doen aan het doen was. Hiervoor had je 140 tekens, een limiet die sinds de lancering nog niet veranderd is. Tussen april 2008 en april 2009 steeg het aantal gebruikers al spectaculair van 1.600.000 naar 32.100.000 gebruikers, maar in februari dit jaar haalde de site ook de kaap van een half miljard gebruikers. Kanttekening: Facebook telt ongeveer het dubbele aantal gebruikers. Ondertussen is Twitter een verzameling van nieuws, informatie, smalltalk en reclame. Maar ook al lijkt de portie nonsens groot, toch heeft Twitter heel wat te bieden voor journalisten.

Volgens de Canadees Alfred Hermida is Twitter namelijk een van de drijvende krachten achter een journalistieke revolutie. ‘Traditionele’ journalistiek steunt volgens hem op officiële bronnen, met informatie en citaten, die vorm geven aan het nieuws en informatieve teksten. Dit principe verschuift op media als Twitter naar het snel verspreiden van korte fragmenten van zowel erkende als niet-erkende bronnen. Hermida merkte deze verandering duidelijk bij gebeurtenissen als de bosbranden van Californië in 2008, de aanslagen in Bombay van november 2008 en de voorbije twee Amerikaanse presidentsverkiezingen. Hij noemt Twitter, en microbloggen in het algemeen, een uitdrukking van ‘collective intelligence’. De onmiddellijkheid en snelheid van de technologie wegen volgens hem op tegen het drukke karakter ervan. Tweets verschijnen namelijk chronologisch in plaats van op belangrijkheid, maar Hermida ziet in het uitklaren an tweets een toekomstige taak van de journalisten. Door de bomen het bos zien, zeg maar.

Toch is niet iedereen even lovend over Twitter. Onder meer de Amerikaan Richard B. Stolley waarschuwt voor de gevaren van het medium voor journalistieke doeleinden. Hij maakt hierbij het onderscheid tussen smalltalk en belangrijke materie: “Twitter’s brevity is a blessing when body odor is the subject; dangerous when something important is.” Hij verwijst hierbij naar de controverse die midden 2010 ontstond bij CNN na een tweet. Senior editor voor het Midden-Oosten, Octavia Nasr, werd ontslagen nadat ze haar mening gaf over een net overleden sjiitische Libanese geestelijke: “Sad to hear of the passing of Sayyed Mohammed Hussein Fadlallah… One of Hezbollah’s giants I respect a lot #Lebanon“. Het feit dat deze man als de geestelijke leider van de Hezbollah beschouwd werd, kan bijgedragen hebben tot de felle reactie van CNN, maar het bewijst wel dat journalisten moeten oppassen met wat ze op Twitter de wereld in sturen. Al is politiek een ander domein dan pakweg sport, waar minder ‘op het spel staat’.

Bekijk ook eens volgend filmpje. Moraal van het verhaal: Twitter en journalistiek gaan hand in hand, maar je kan er voordeel uit halen door het medium te accepteren en dus te benutten.

(Bron: http://www.youtube.com/watch?v=Nl9xI-kAE8A)

Twitter en Belgische journalisten: revolutie op komst?

Uit jaarlijkse onderzoeken van communicatiebedrijf Quadrant Communications blijkt dat de Belgische journalist stilaan de weg naar Twitter vindt. In 2009 gebruikte amper negen procent van de 330 geënquêteerde journalisten de microblogservice, maar van die groep gebruikte maar de helft met een account Twitter ook voor hun beroep. Na 2009 steeg het aantal journalisten met een account duidelijk. In 2010 zagen we een verdubbeling (18 %); in 2012 gebruikte net meer dan de helft van de journalisten Twitter (51 %). Uit dezelfde onderzoeken blijkt trouwens dat zowel LinkedIn als Facebook meer gebruikt worden in het proces van online nieuwsgaring. Het gebruik van LinkedIn steeg tussen 2010 en 2012 van 37 naar 56 procent. Facebook heeft zelfs de koppositie van de sociale/nieuwe media overgenomen, met ondertussen een bereik van 64 procent van de journalisten.

Een van de opgeroepen beelden uit het begin van deze blogpost was dat journalistiek minder complex was vroeger. Dat is deels zo, maar we mogen niet te nostalgisch zijn. Vroeger moest je een lijst aan telefoonnummers bij elkaar verzamelen van mensen die je kon bellen voor informatie of duiding. Ook daar kroop heel wat tijd in, en zulke lijstjes waren moeilijk up-to-date te houden. Tegenwoordig is een lijst telefoonnummers trouwens niet meer zo doeltreffend als vroeger. Wie vaak en goed twittert, kan een bruikbare contactlijst op Twitter opbouwen. Je kan de timeline van zulke tweeps (synoniem voor gebruikers van Twitter) bekijken om te weten of ze kennis hebben over een vakdomein waarover je wil berichten. Zo ja, kunnen ze je misschien vooruit helpen met nuttige informatie of hun mening over specifieke feiten. Als return kunnen de journalisten zich bewijzen als expert in hun vakgebied.

Voor de aspirant-journalisten onder ons: zet de stap naar Twitter. Bouw een netwerk op en volg het nieuws. Waag je je niet graag aan speculaties, volg dan vooral allerlei persagentschappen en internationale nieuwsbedrijven. En voor wie (nog) niet graag zijn of haar mening graag bekend maakt, is er nog altijd ‘het slotje’ om je account af te schermen van de buitenwereld. In ieder geval, onderhoud je netwerk, en daar kunnen sociale media een rol in spelen.

Bronnen

  • Al-Shagra, A. F. (2010, 8 juli). CNN fires ‘senior editor’ and 20 year veteran over a tweet. Geraadpleegd op 3 december 2012 via http://thenextweb.com/me/2010/07/08/cnn-fires-middle-east-affairs-senior-editor-over-a-tweet/
  • De Graeve, F. (2011, 30 december). Journalistiek in 2012. Geraadpleegd op 2 december 2012 via http://perspectief.wordpress.com/2011/12/30/journalistiek-in-2012
  • Dugan, L. (2012, 21 februari). Twitter To Surpass 500 Million Registered Users On Wednesday. Geraadpleegd op 4 december 2012 via http://www.mediabistro.com/alltwitter/500-million-registered-users_b18842
  • Hermida, A. (2010). Twittering the news: the emergence of ambient journalism. Journalism Practice, 4(3), 297-308. doi:10.1080/17512781003640703
  • Quadrant Communications (2012, 3 mei). Meerderheid Belgische journalisten gebruiken Twitter. Geraadpleegd op 2 december 2012 via http://www.hubwise.be
  • Sagolla, D. (2009, 30 januari). How Twitter was born. Geraadpleegd op 2 december 2012 via http://www.140characters.com/2009/01/30/how-twitter-was-born
  • Stolley, R. B. (2010). The power of truth. Publishing Research Quarterly26(4), 266-271. doi:10.1007/s12109-010-9174-3
Advertenties

Woelige week in de printwereld – The Guardian en Newsweek

Op twee dagen tijd kwamen twee Engelstalige printmedia in het nieuws met plannen om de drukpersen te stoppen. Online nieuws de toekomst? Voor het ene medium een voorbarig gerucht, voor het andere de simpele waarheid. Toch moeten we nog niet meteen vrezen dat alle kranten op sterven liggen.

Eerst niet, dan weer wel

Gisteren verscheen het gerucht dat The Guardian eraan zou denken de printeditie van het dagblad stop te zetten. Het Britse dagblad zou zo het jarenlange inkomstenverlies van de krant een halt willen toeroepen. De hoofdredacteur van The Guardian probeerde dezelfde dag nog het gerucht te ontkrachten. Alan Rusbridger liet op Twitter weten dat het verhaal gebaseerd was op een ander gerucht, dat volgens hem trouwens evenmin correct was. Rusbridger zou echter een van de weinigen zijn die door wil gaan met de gedrukte versie van de populaire krant.

Toch was het verhaal over The Guardian niet helemaal ongegrond. De fysieke krant is niet altijd winstgevend, zo bewijst onder andere de Guardian Media Group zelf. De groep, die zowel The Guardian als zusterkrant The Observer omvat, boekte vorig jaar een verlies van 44,2 miljoen Britse pond. Een verlies van ongeveer 55 miljoen euro, dat valt moeilijk te weerleggen.

In De Morgen konden we vandaag dan weer lezen dat het Amerikaanse weekblad Newsweek vanaf volgend jaar niet meer gedrukt zal verschijnen. De dalende verkoop speelt het magazine parten, met een dieptepunt in 2010, toen de verkoop zelfs met 31,6 procent daalde. Op 31 december zal de laatste papieren versie verschijnen, daarna zal Newsweek enkel digitaal beschikbaar zijn als Newsweek Global. Dit e-magazine zal je op internet en via e-readers of tablets kunnen lezen, weliswaar tegen betaling.

Papieren media zonder toekomst?

De Spanjaard Javier Díaz-Noci gaf in 2010 zijn kijk op online media en had het over het aangekondigde einde van de printmedia. Hij wees op een studie van Martin Langeveld waaruit bleek dat lezers vier keer meer tijd nodig hadden om een pepieren krant te lezen dan een online krant. Bovendien bereikt een online krant volgens Langeveld een publiek dat zeven keer groter is dan dat van een papieren krant. Díaz-Noci concludeert in zijn studie ook dat nieuwe technologieën een invloed zullen hebben op de levensduur van de krant. Als iPads, tablets en aanverwante technologieën alomtegenwoordig aanwezig zjn in onze maatschappij, zal dit het einde betekenen van de krant zoals wij ze oorspronkelijk hebben gekend.

Toch stelt het Angelsaksische weekblad The Week zich vandaag de vraag of de papieren krant geen ideaal adverteermiddel blijft, als denkoefening over het nieuws over The Guardian en Newsweek. Er zijn namelijk ook positieve verhalen over kranten te vertellen. Zo zorgen de papieren versies van The Guardian en The Observer samen voor ongeveer drie vierde van de inkomsten van de Guardian Media Group. Daarenboven is een fysiek product nog steeds een handige tool om een merknaam te verstevigen. Iets wat je in je handen hebt, daar heb je meer voeling mee.

We zullen dus nog niet onmiddellijk zonder krant naar ons werk rijden of sporen. De krant is dan niet meer zo onoverkomelijk als vroeger, maar mediadiversiteit kan ervoor zorgen dat meer mensen media blijven volgen. Ze kunnen zich blijven informeren via hun favoriete medium en kunnen zo hopelijk meepraten over de echte problemen in deze wereld. Nadruk op hopelijk.

Bronnen