Fact checking: zo logisch als het lijkt?

Fact checking is een fenomeen dat in Europa misschien niet zo bekend is, maar in de Verenigde Staten wel. Het principe werd onder meer toegepast tijdens de debatten rond de Amerikaanse presidentsverkiezingen dit jaar. Media analyseerden het discours van zowel Barack Obama als Mitt Romney en probeerden zo na te gaan hoe eerlijk beide kandidaten waren. Een voorbeeld hiervan kwam van de New York Times, waar analisten duiding gaven over opmerkelijke uitspraken in een live overzicht van het hele debat. In de VS bestaan zelfs organisaties die de feitelijke correctheid van uitspraken analyseren. Het gaat hier vooral over initiatieven vanuit het onderwijs en non-profitorganisaties, met als een van de bekendste namen Factcheck.org.

Dit is een voorbeeld van fact checking over de meest recente Amerikaanse presidentscampagne op internationale televisie, in dit geval op CNN. De analist gaat hier in op de bewering van Mitt Romney dat Barack Obama  een wet in de bijstandsregeling zou aanpassen. Wie van bijstand wilde genieten, zou daarvoor niet meer binnen een bepaalde periode aan het werk moeten, wat sinds 1996 wel het geval was. Romney bleek echter ‘wat voortvarend’ te zijn, of ‘hij loog’, afhankelijk van hoe fel je de discrepantie wilt voorstellen.

Veelzijdige taak

Maar wat kunnen fact checkers dan bijbrengen aan de journalistiek? Volgens Maximilian Schäfer, zelf sinds 1998 wetenschappelijke fact checker voor het Duitse weekblad Der Spiegel, begint de bijdrage bij de reputatie van media. Publicaties waarin geregeld een fout te lezen valt, zullen daardoor aan reputatie verliezen en daaropvolgend misschien ook hun oplagecijfer zien dalen. In dat opzicht is fact checking niet puur luxe, maar ook essentieel voor kwaliteitsjournalistiek. Ook de bazen van tabloids zouden trouwens niet graag fouten zien staan in hun bladen, zoals leugens over bekende persoonlijkheden. Ook Jeroen van den Hoven en John Weckert zijn het daarmee eens: de kwaliteit van een publicatie gaat dankzij fact checking omhoog. Ze vinden wel dat het vooral om het waarheidsgehalte gaat en niet om toevallige fouten zoals spelfouten en typefouten. Zij beweren dan ook dat de feitenkennis van de lezers erop vooruit gaat dankzij de verhoogde kwaliteit van het gelezen werk.

Schäfer doet in zijn werk het proces uit de doeken. Een deel van het verificatieproces kan gebeuren vooraleer een artikel binnen is, maat dat aandeel blijft vaak beperkt. Het is niet (altijd) de bedoeling dat fact checkers nagaan of feiten waar zijn, maar in de eerste plaats wel dat de informatie in een stuk overeenkomst met die in de gebruikte bronnen. Het is volgens Schäfer wel handig om de allereerste berichtgeving te kunnen traceren als er twijfel is. In zekere zin vindt hij de berichten in magazines of kranten en zelfs persberichten gevaarlijk, omdat daar de feiten reeds samengevat en/of versimpeld worden. Daarnaast moeten bronnen kritisch bekeken worden op hun datum. In de geografie en andere wetenschappen zijn theorieën al vaak deels of helemaal omgegooid na nieuwe ontdekkingen. In andere gevallen worden kwesties complexer. De klassiek aangenomen grootte van de Mount Everest is 8.848 meter, maar andere bronnen spreken ondertussen van 8.844 meter. Wat de verschuivende aardplaten niet met een mens kunnen doen.

Nieuwemediaproblemen: crowd checking, de gebruiksvriendelijkheid van blogs en domeinverschillen

Ook voor de nieuwe media en de gebruikers ervan heeft  het fenomeen fact checking gevolgen. Schäfer verwijst hierover naar het fenomeen crowd checking. Niet alleen kunnen fact checkers nu sneller informatie verifiëren dankzij de huidige technologieën, hetzelfde geldt voor mensen buiten de gevestigde media. Zij kunnen fouten in internetbronnen opzoeken en erop reageren, al dan niet in een kritische mail of blogpost. Is dit een hulpmiddel voor de journalist? Ja en neen. Jawel, omdat burgers de informatiecorrectheid verhogen, maar ook niet, omdat ze officiële fact checkers onder hoge druk zetten.

Van den Hoven en Weckert stelen zich in hun boek daarnaast de belangrijke vraag: Is een blog minderwaardig ten opzichte van een ‘conventioneel’ nieuwsmedium, door het verschil in verificatie van de inhoud? Volgens hen zijn er altijd wel blogs die  zwaar tekort schieten en andere die het op hun beurt goed doen. Desondanks is de betrouwbaarheid van de blogosfeer iets heel anders dan de betrouwbaarheid van een enkele blog. Op zich kunnen blogs matig tot sterk getint zijn, bijvoorbeeld in een politieke context, mar het geheel aan blogs geeft wel een evenwicht aan meningen weer.

Let wel op: wanneer we het hier over politiek hebben bevinden we ons op een heel andere domein dan wetenschap, waarin veel vaker pasklare antwoorden bestaan voor problemen. In politieke zin is de blogosfeer dus zeker een goede pool, maar in wetenschappelijke contexten is de situatie anders. Al fluiten sommigen fact checkers in politieke context terug, zoals Ezra Klein van de Washington Post dat een jaar geleden deed. Politieke fact checkers zijn volgens haar vaak een middel waarop partijen terug kunnen vallen om hun gelijk te halen of het ongelijk van een ander te bevestigen.

Verdere dilemma’s

Zoals Schäfer zegt, zullen de bronnen die de journalist aangeeft en de minst herwerkte bronnen van belang zijn in het oordeel van de zogenaamde controleur. Tenzij dat natuurlijk een blog is, die eerste bron. Maar dan komen we terug op een andere post, waarin we ruwweg stelden dat we moesten opletten met de informatie in blogs. Met andere woorden, een vicieuze cirkel.

Een algemene bedenking voor ons journalisten: moeten we misschien allemaal wat meer de rol van fact checker op ons nemen, net zoals we op reportages vaker de rol van een klassieke cameraman en klankman op ons nemen?  Mensen als Alec MacGillis vinden alvast van wel, omdat het verificatieproces in handen ligt van een beperkte groep, die al eens compleet de bal mis slaagt. Andere stemmen steunen dan weer dit proces. Enerzijds kunnen fact checkers een steunende rol aannemen in plaats van een vervangende, anderzijds willen mensen zonder een rol in belangengroepen de waarheid te weten komen. Kortom, we kunnen er misschien best voor zorgen dat we feiten genoeg checken. Maar ook dat we vertrouwen hebben in wie ons helpt en, belangrijker nog, onszelf. Een kritische geest blijft dus van belang.

Bronnen