Onder de loep: nieuwe media en onderzoeksjournalistiek

Onderzoeksjournalistiek: volgens de ene het summum van journalistiek, volgens de andere onrealistisch, om het woord lachwekkend niet in de mond te nemen. Maar is onderoeksjournalistiek dood? En zo neen, hebben sociale media dan een rol in het slagen of falen ervan?

Dit thema kwam niet zo lang geleden nog ter sprake op de Global Investigative Journalism Conference in Kiev, Oekraïne, in 2011. (De volgende editie vindt volgend jaar plaats in Rio de Janeiro, Brazilië.) Zo’n 500 journalisten uit meer dan 50 landen kwamen tot de conclusie dat sociale media een onmisbaar hulpmiddel waren geworden; ondanks de beperkingen van deze technologie. Ook volgens Mark Feldstein is onderzoeksjournalistiek een internationaal verspreid fenomeen geworden. Niet alleen in het relatief veilige Europa en de Verenigde Staten, maar ook in landen als Colombia, met relatief veel corruptie, zoeken journalisten tot op het bot naar de ware feiten. Aan de andere kant is vooral in Afrika onderzoeksjournalistiek niet zo populair. Redenen hiervoor zijn armoede, ongeletterdheid en de druk van bovendien onstabiele regeringen. Daarenboven is reizen in Afrika niet eenvoudig en communicatie, afgezien van internet, evenmin. Landen als Rusland zijn dan weer repressief en staan er zelfs om bekend journalisten te vermoorden om kritische stemmen te dempen.

Kennis is overal

Vadim Lavrusik haalt aan dat lezers meer kunnen weten over een bepaald onderwerp dan journalisten. Sociale media kunnen die kennis tot journalisten laten stromen zonder al te veel kosten op kopzorgen. Ze kunnen zelfs anderen op pad sturen, zoals in dit voorbeeld:

17 vrijwilligers meldden zich aan via Facebook en Twitter (zie afbeelding hierboven) om in 64 winkels na te gaan of condooms openlijk verkocht werden. Dit ‘onderzoek’ toonde aan dat de conservatieve geruchten hierover niet klopten: in maar liefst 63 winkels werden ze openlijk verkocht, de overblijvende winkel verkocht er helemaal geen. Volgens de bezieler van dit onderzoek is het belangrijk om:

  1. enige vorm van plezier aan de taak te koppelen;
  2. de taak discreet en makkelijk te maken;
  3. de ruimere context van de taak uit te leggen;
  4. een redelijke deadline te geven;
  5. een overlap in te bouwen om de informatie te controleren (fact checking);
  6. onmiddellijk te antwoorden op vragen en binnengekomen gegevens, plus vragen om te retweeten om meer deelnemers te vinden;
  7. interesse bij mogelijke lezers op te wekken.

Tweeten om meer info te weten te komen kan dus handig zijn, zeker voor lokale thema’s. Met goede trefwoorden/hashtags en de nodige dosis geluk raak je een heel eind verder.

Daarnaast is het ook belangrijk om transparant te blijven. Door eerlijk en open te zijn in hoe een verhaal tot stand kwam, kan een journalist betrouwbaarheid opbouwen bij de lezers. Dit is zeker het geval bij controversiële en gevoelige onderwerpen. Reageren op lezersreacties is in dat opzicht een slimme zet: je kan jezelf bewijzen en je bouwt tegelijk een band met de lezer op.

De eerste stap zetten

Syed Nazakat is eveneens een voorstander van sociale media als tool voor onderzoeksjournalistiek. Hij geeft journalisten de raad hun vrees voor sociale media te overwinnen. Ze mogen tegelijk niet bang zijn dat door sociale media te benutten ‘de vijand bij hen meekijkt’ en ideeën of informatie stelen voor eigen doeleinden. Nazakat verwijst hiervoor naar David E. Kaplan van het Organized Crime and Corruption Reporting Project (OCCRP), die zegt dat “reporters nooit gevoelige bronnen of verhalen moeten verspreiden als zij vrezen deze te ‘verliezen’ aan anderen”. “Natuurlijk wil je interactie met een publiek. Toch is het (sociale media) een competitieve, riskante en soms gevaarlijke business, en er zijn genoeg redenen waarom onderzoeksjournalisten zorgvuldig moeten nadenken over wat ze online bekend maken over een onderzoek dat ze nog niet afgerond hebben.” (eigen vertaling)

Keerzijde van de medaille

Zijn er alleen voordelen aan sociale media voor onderzoeksjournalistiek? Neen, zo blijkt. Feldstein beweert dat dezelfde technologieën die nu een voordeel blijken te zijn, gebruikt kunnen worden om journalisten te bespioneren en opzettelijk verkeerde informatie te verspreiden. Vooral (online) freelancejournalisten zijn een gevaarlijk doelwit, want zij kunnen niet terugvallen op een mediabedrijf voor financiële of rechterlijke hulp.

Daarenboven is WikiLeaks een medium waarover controverse niet ver te zoeken is. Deze site ontstond in 2006 als verzamelplaats voor erg gevoelige informatie die best niet gepubliceerd zou worden. Volgens A.J. Brown is het medium door de zaak-Assange in vraag gesteld. In welke mate kunnen media vertrouwelijke informatie proberen te verkrijgen en wat mogen ze dan publiceren?

Alles in één?

Voor wie zich toch in het avontuur wil storten, is het ideale medium misschien al binnen handbereik. Lavrusik haalt aan hoe Storify een ideale tool is om sociale ‘content’ te bundelen en van context te verschaffen. Met andere woorden, om er een verhaal van te maken. Storify laat toe eenvoudig inhoud van Twitter, Facebook, Flickr, YouTube, Google, RSS-feeds of URL’s in een “Story” te verwerken. Dat verhaal kan je aanvullen met een headline, een samenvatting en opmerkingen bij de sociale content met bijvoorbeeld meer context.

Conclusie: Al bij al lijkt het niet verstandig om het kind met het badwater weg te gooien, maar eerder de kansen te benutten die sociale media bieden om journalistiek, en dus ook onderzoeksjournalistiek rijker te maken. Er zijn inderdaad gevaarlijke gebieden om in eigen persoon informatie te vergaren, maar ofwel zijn opdrachtgevers respectvol voor wat journalisten niet willen doen, ofwel is er geen probleem en willen journalisten zich blootstellen aan de risico’s van het vak. Voor wie het toch te gevaarlijk is, kunnen sociale media dus een zeer nuttig middel zijn.

Bronnen

  • Brown, A. J. (2011). Weeding out WikiLeaks (and why it won’t work): legislative recognition of public whistleblowing in Australia. Global Media Journal: Australian Edition5(1), 1-11.
  • Feldstein, M. (2012). Muckraking goes global. American Journalism Review34(1), 44-49.
  • Lavrusik, V. (2010, 24 november). How investigative journalism is prospering in the age of social media. Geraadpleegd op 26 december via http://mashable.com/2010/11/24/investigative-journalism-social-web/

  • Nazakat, S. (2012, 15 augustus). Social media and investigative journalism. Geraadpleegd op 26 december via http://www.icij.org/resources/social-media-and-investigative-journalism
Advertenties

Journalistiek in en over China: zorgen nieuwe media voor verandering?

China, het land waarin een vrije mening volgens kwatongen onmogelijk lijkt. Is er echt zoveel aan de hand? We bekijken even in welke mate het internet gebruikt wordt en een voordeel kan opleveren in berichtgeving over China.

Volgens Yu Liu leiden de nieuwe technologieën tot mediaconvergentie, vooral in de online sector. Traditionele journalisten maakten daarentegen minder vaak de overstap naar online berichtgeving. Zelfs voor onderzoeksjournalistiek blijkt het internet nuttig te zijn, beweren Jingrong Tong en Colin Sparks. Maar dan tachtig procent van de onderzoeksartikels in de Southern Metropolitan Daily, een tabloid uit Guangzhou, blijkt fora en burgerjournalistiek als bron te hebben.

Internationale situatie

Rebecca MacKinnon verwijst naar Volkmer (2003) en Castells (2008), die eerder hoopten dat het internet, en de bijbehorende tools om eenvoudig informatie en meningen te verspreiden, verandering zouden brengen. Er zou een Global Public Sphere moeten ontstaan, waarin burgers met elkaar kunnen communiceren over gemeenschappelijke hot topics. Nochtans vermeldt MacKinnon ook dat in de eerste helft van de jaren 2000 in de Amerikaanse blogosfeer minder gelinkt werd naar blogs van ontwikkelingslanden. Hiermee, en met de link naar gesloten blogosferen zoals de Poolse, wil ze aantonen dat er nog werk aan de winkel is, op weg naar een internationaal internet waarin gelijkheid nagestreefd wordt.

Ondanks minder strenge wetgeving en minder bedreigingen tegenover buitenlandse reporters blijven onder meer westerlingen vastzitten in een systeem waarin ze verhinderd worden voluit hun gang te gaan. Het benodigde J-visum (met de J van journalist) is moeilijk te verkrijgen en de regels voor geaccrediteerde journalisten  zijn niet consistent – zelfs willekeurig – opgesteld. Ze moeten daarenboven verschillende bronnen in de gaten houden om op de hoogte te blijven van nieuws in China. Het gaat hier over het officiële agentschap Xinhua, officiële Chinese media, overzeese media, maar ook websites van dissidenten.

Moeilijkheden

Ook al mogen correspondenten alle moeite doen zich te informeren, toch blijft de overheid zich moeilijk opstellen. Desondanks is het internet welkom gebleken als hulpmiddel voor de journalist. CNN verwees al in 2001 naar chatrooms om een beeld te geven van wat Chinezen over een topic dachten. In dit geval ging het over de zwakke reactie van China tegenover de Verenigde Staten in het schandaal over een spionagevliegtuig. In 2003 gebeurde hetzelfde tijdens de SARS-crisis.

Daarenboven gebruiken meer en meer Chinese journalisten blogs om zich kenbaar te maken. Ze doen dit soms onder hun echte naam, soms onder een pseudoniem. Op hun blogs zorgen ze voor gevarieerdere informatie en analyses dan in ‘officiële’ media mogelijk is. Ook academici, rechters, leraars en andere groepen vinden de weg naar de blogosfeer om te communiceren en te informeren. Sterker nog, hebben volgens Rebecca MacKinnon zelfs lokale en nationale overheidslui het internet benut om de communicatie met hun achterban te verbeteren. Voor politieke onderwerpen zijn fora, chatrooms en zogenaamde bulletin boards (prikbordsystemen) dan weer de aangewezen online verzamelplaatsen.

Andere stemmen

Ondanks de ernstige situatie in China blijkt het internet dus wel degelijk een waardevolle bron te zijn. Vooral Tong en Sparks geloven erin dat het internet verhalen naar boven kan brengen die anders niet of niet voldoende behandeld zouden worden. Er zijn echter beperkingen volgens MacKinnon. Om te beginnen kennen weinigen in het westen Chinees, dus missen blogs in het Mandarijn/Kantonees/… hun doel als wereldwijde informatiebron. Toch is zelfs taalvaardigheid in het Engels niet genoeg. Bridge bloggers, die een brug vormen tussen de blogosfeer en media, spelen waakhond over de informatie over China. Zij bepalen welke informatie, opvattingen en ideeën doordringen tot correspondenten over China. Zij vullen de berichten van bloggers aan met context, waardoor de berichten makkelijker op te nemen zijn door anderen.

Het is als Chinees mediabedrijf wel mogelijk om truukjes toe te passen. In oktober 2006 begon de Southern Metropolitan Daily een column, ‘‘Web Eye’’,over populaire onderwerpen op internetfora. Berichten over wat op het web gezegd wordt,  is blijkbaar niet altijd een probleem, want deze combinatie van burgerjournalistiek en traditionele journalistiek ontsnapte aan inmenging van hogerhand. Hier ontsprongen interessante artikels, zoals over de moord op journalist Lan Chengchang en het Xiamen XP-project, over een chemische fabriek die middenin de stad gebouwd zou worden.

Water bij de (rijst)wijn

Komt het dus nog goed met de Chinese media? In een globaliserende wereld zou dit best mogelijk moeten zijn. De vraag is echter wanneer het Chinese regime internetcensuur tot een minimum zal beperken, en daarover liggen de meningen ver uit elkaar. We kunnen echter, als we terugdenken aan het vak Taal en ideologie (in de masteropleiding journalistiek aan de HUB, voor niet-HUB-studenten), beginnen met ons best te doen om neutraal over China te berichten. Presupposities en krachttaal tot een minimum beperken, het gevoel dat we de tegenpartij willen aanvallen beperken. Misschien ligt ook daar een deel van de zoektocht naar harmonie tussen het westen en het oosten: van elkaar weten dat we respect voor elkaar hebben en niet elkaar voor het minste de grond inboren.

Bronnen

  • Liu, Y. (2010). Chinese Journalists’ Use of New Media Technology: Ethical Issues. Conference Papers — International Communication Association, 1.
  • MacKinnon, R. (2008). Blogs and China correspondence: lessons about global information flows. Chinese Journal Of Communication1(2), 242-257. doi:10.1080/17544750802288081
  • Tong, J., & Sparks, C. (2009). Investigative journalism in China today. Journalism Studies10(3), 337-352. doi:10.1080/14616700802650830