Round-up


Nieuwe media en mediaconvergentie
. Niet alleen de titel van een mastervak, maar ook woorden om meteen bij na te denken. Die titel klonk misschien als een vreemd beest voor sommigen onder ons. Schaam je niet, ik fronste ook even mijn wenkbrauwen toen ik het jaarprogramma doornam en die titel op zag duiken.

Nieuwe media en mediaconvergentie. Wie had nu ook van mediaconvergentie gehoord, en wat was het dan eigenlijk? Nieuwe media, dat is een andere zaak. Een pc en een gsm of smartphone hebben we tegenwoordig bijna tot gewoon allemaal. Sociale media, daarin zie je nog wat onderscheid. De ene blijft er liever weg, de andere gebruikt ze vooral in pure noodzaak (en als universiteitsstudent kan je noodzaak heel snel aan sociale media koppelen – groepsopdrachten bijvoorbeeld), en nog anderen … hebben er al (te) veel tijd op vertoefd. Reken mij daar maar bij als voormalig Facebookfreak en huidig Twitterambassadeur (dixit HDS) van de lichting journalistiekstudenten aan de HUB.

Zelfbesef, het begin van …

Alle wijsheid? Laten we bescheiden beginnen. Het begon voor mij als een kleine rollercoaster. Eerst denken dat nieuwe media onontbeerlijk zijn voor journalisten, het leek me niet meer dan logisch. En misschien is dat nog altijd geen ‘verkeerde’ instelling. Gewoon, het is handig ermee te kunnen werken. Sommige bedrijven, zoals The Guardian en Newsweek, zien in online nieuws duidelijk de toekomst. Maar daarna heeft de digitale kloof me doen nadenken over de plaats van nieuwe media in de hele maatschappij.

Ook al kom ik niet uit de rijkste kringen – verre van zelfs … -, het lijkt ons in deze tijden zo vanzelfsprekend dat we overal informatie oppikken. Dat we een computer, smartphone en misschien zelfs allerhande iGadgets (iPhone, iPad, …) hebben, is al een geluk op zich, maar dat we ermee kunnen werken is evenmin een evidentie. En waarom zouden we het ouderen verplichten? Volgens mij zit hier de taak van de maatschappij om elkaar hulp te bieden. Mochten nieuwe media zo doordringen dat ze oude media beperken tot een minimum, laten we dan oppassen dat dat minimum niet te beperkt wordt. Iedereen heeft recht op informatie, dus ook ouderen.

Laten we het dan nog niet over de paywall hebben die op til lijkt in het online krantenlandschap en welke gevolgen dat heeft voor de nieuwe media. Onder de noemer “Iedereen heeft recht op informatie” zijn sommigen ertegen dat zelfs basisartikels alleen na betaling/abonnement beschikbaar zouden zijn. Om terug te denken aan het debat over nieuwe media eind oktober aan de KULeuven: zou dat ook niet te fel in de kaart van de openbare omroep spelen? Zij worden reeds door de staat (lees: door ons) betaald en zouden dan de enige gratis gevestigde informatiebron worden? Het kan nog alle kanten uit, maar wat mij betreft mag informatie een basisrecht zijn in die mate dan voedsel en water dat reeds zijn.

Terugkerende termen

Betrouwbaarheid, dat was duidelijk een van de termen die vaak terugkwam in mijn overpeinzingen en blogposts. Zo moeten we als toekomstig journalist oppassen dat we alle bronnen nauwkeurig in het oog houden. Want, vraag jezelf eens af, mogen we alles vertrouwen wat we lezen? De ene keer kan blind vertrouwen leiden tot een scoop, de andere keer tot schaamte.

Zoals in het echte leven: opletten geblazen dus.Check, dubbelcheck, tripelcheck. (Hier een cadeau voor de bierfans onder jullie.) Als journalist ook enigszins een fact checker zijn, het lijkt me uiteindelijk geen slecht idee. En laat Wikipedia niet meteen liggen, maar let op wat je ermee doet.

Verandering, dat was er nog eentje. Omdat onderzoeksjournalistiek een mythe lijkt. Lijkt, hoop ik dan toch, van harte zelfs. Omdat China een afgesloten bastion lijkt. Ja en neen, en ik zou trouwens hopen op verandering. Hoop doet leven, nietwaar? Maar vooral omdat journalisten zich moeten aanpassen aan de veranderende omgeving. Technologieën als wiki’s zijn tegelijk een extra informatiebron als een extra valkuil. Kwestie van voorzichtig te zijn dus, maar dat moet je anders ook.

Hetzelfde kan je stellen van Twitter. In onze klas is het trouwens duidelijk dat de studenten ver over het spectrum verspreid liggen: van ervaringsloos naar op ontdekking tot sterk vertrouwd met het medium. Ik zou het medium, desnoods op een eigen manier, leren omarmen. Bekijk het niet als een speeldoos, maar als een toolbox, een gereedschapskist. We moeten trouwens, met of zonder Twitter, onze netwerken onderhouden, om zo aan nuttige informatie te raken als we een artikel willen maken dat anders is dan een ready-made persbericht. Because being average is too average, het is een levensmotto van me.

En wat met het label ‘journalist’? Een debat over dat label lijkt ver gezocht, maar het staat volgens mij rechtstreeks in verband met de evolutie van nieuwe media. Een goede journalist is volgens mij iemand die de normen respecteert en zich tegelijkertijd kan inleven in de lezers en betrokkenen. Als opleiding, training en bijscholing daarbij helpen, des te beter. Een goed artikel schrijf je trouwens niet voor jezelf, of toch niet in de eerste plaats. Dat doe je voor anderen. Of dat is althans wat ik wil nastreven.

Een opmerking nog. Misschien wilde je hier ook andere dingen lezen, maar in twaalf blogposts kan je niet het hele domein van nieuwe media en mediaconvergentie aan bod laten komen. Voorstellen voor toekomstige artikels zijn nog steeds welkom, ook al is het verplichte nummer bij deze afgesloten.

Ik zeg geen vaarwel, maar tot ziens?

Dit was het dus, althans voor dit jaar. En wat is aangenamer dan een kop koffie, ’s avonds laat, wanneer je bijna moe bent en de dag afrondt om gezellig te slapen? Ja, misschien een kop koffie met een koekje erbij. Maar geloof me, verschillenden onder jullie zullen een voornemen hebben dat met gezondheid te maken heeft. Dus laat dat koekje maar zitten en geniet gewoon van wat je hebt. En voor een keer zonder je vingers aan je toetsenbord of smartphone. 😉

Misschien tot volgend jaar, voor meer inzichten over nieuwe media, maar dan op mijn eigen manier? Ach, laten we die koffie niet koud worden! Laat het smaken!