Alles is relatief, ook de waarheid

Zijn nieuwe media een betrouwbare bron voor journalisten? Het is een vraag die liefhebbers ervan tot nadenken kan zetten. Bij mezelf kwam deze vraag onlangs boven toen een figuur uit mijn favoriete sport stierf: Sid Watkins. Voor wie geen idee heeft wie Sid Watkins is, volgt hier een inleiding:

Sid Watkins was een Britse neurochirurg die van 1978 tot 2004 actief was als hoofd van de medische staf in de Formule 1. In die functie redde hij meermaals het leven van piloten in benarde situaties. Watkins was ook de man die tevergeefs Ayrton Senna aanspoorde om uit de Formule 1 te stappen. Nadat collega Roland Ratzenberger het leven verloren had in een crash, wachtte Senna zelf de dag erna hetzelfde lot. Ook na 2004 zette hij zich in voor de veiligheid in de sport door samen te blijven werken met de internationale autosportbond FIA. Watkins werd om zijn goedlachse karakter en zijn betrokkenheid erg gerespecteerd in de Formule 1-wereld, zelfs nadat hij op pensioen ging. Hij stierf op 12 september 2012 op 84-jarige leeftijd aan een hartaanval.

De dood van Sid Watkins werd niet eerst op officiële nieuwssites aangekondigd, zoals je misschien zou verwachten. Het nieuws werd daarentegen eerst op Twitter aangekondigd en opgepikt door andere Twittergebruikers en blogs. Pas meer dan een uur nadien vermeldden gespecialiseerde sites het nieuws, al hielden deze een slag rond de arm en vermeldden ze dat er later meer details volgden. Uiteindelijk bleek de tweet te kloppen en pikten ook officiële nieuwssites het nieuws op.

Stel nu dat een journalist zich op een van de blogs had gebaseerd die het nieuws had overgenomen en het verhaal was fout, had dit een schokgolf kunnen veroorzaken. Staan bloggers dan te sterk in hun schoenen en proberen ze op elke mogelijke manier lezers te lokken? Ik bekijk de situatie voor blogs, omdat dit medium eenvoudiger opgezocht en geïndexeerd kan worden dan Twitter. Het volstaat om te vermelden dat de originele tweet over Watkins’ overlijden haast onmogelijk terug te vinden is.

Hebben bloggers de waarheid in pacht?

Bloggers zijn alvast overtuigd van hun kwaliteiten om nieuws over de wereld te verspreiden. Zowel Thomas J. Johnson en Barbara K. Kaye als Hong Ji en Michael Sheehy onderzochten deze stelling en kwamen tot de conclusie dat steeds meer bloggers zichzelf als journalist beschouwen. Hierbij kan je wel een onderscheid maken tussen volwaardige journalistiek en een aanverwante vorm. Ji en Sheehy stelden vast dat het percentage bloggers dat bloggen een volwaardige vorm van journalistiek noemde tussen 2006 en 2008 steeg van 16,7 procent naar 44,8 procent. Wanneer de onderzoekers ook rekening hielden met bloggers die vonden dat bloggen geen journalistiek was, maar wel een verwante vorm of een aanvulling aan journalistiek, steeg het percentage van 66,7 procent naar 76,2 procent.

Of bloggers daarom ook de waarheid vertellen, is een andere vraag. Johnson en Kaye wezen er in hun onderzoek op dat blogs net als de eerste nieuwswebsites door iedereen opgestart kunnen worden. Niemand moet de verantwoordelijkheid opnemen voor de inhoud op een blog, die zelfs anoniem gepubliceerd kan worden. Daarenboven moeten bloggers zich evenmin aan journalistieke waarden houden, iets wat journalisten zich moeilijk kunnen veroorloven tegenover hun werkgevers.

De inhoud van blogs is daarenboven niet altijd even correct als buitenstaanders denken, ondervond onder meer Angela Phillips in haar onderzoek over de transparantie van blogs en journalistiek. Sommige bloggers publiceren volgens haar geruchten zonder dat ze zeker weten of deze geruchten elders bevestigd zijn. Ze beschouwen waarheid eerder als een waarde die zich automatisch ontwikkelt, of zoals Phillips het noemde, a truth in progress. Volgens hem wachten zulke bloggers op reacties van lezers om zo te weten te komen of de inhoud in hun blogpost waar is. Je kunt de betrouwbaarheid van zulke blogs dus betwisten omdat je als bezoeker niet altijd na kunnen gaan waar de ongeverifieerde informatie vandaan komt. Dat geldt niet alleen voor mensen met (spontane) interesse, maar ook voor journalisten. Laat het net journalisten zijn die nood hebben aan betrouwbare en geverifieerde informatie.

Opletten blijft de boodschap

Blogs mogen dan nog een verrijking voor de media lijken, ze blijven soms een vergiftigd geschenk. In het voorbeeld dat in het begin van dit artikel aangehaald werd, bleek het nieuws te kloppen, maar er zijn ook voorbeelden waarin het foute nieuws gevolgen heeft. Zo was computerbedrijf Apple in oktober 2008 twee keer het slachtoffer van een blogpost met foute inhoud. In het eerste geval schreef iemand dat Apple een laptop uitbracht voor minder dan 800 dollar – een koopje, zal de Applekenner meteen denken. De New York Times schreven hier een artikel rond en de aandelen van Apple gingen van hoog (“Zo’n goedkope laptop?“) naar laag (“Wat een leugen!“). In het tweede geval schreef een andere blogger dat Steve Jobs een hartaanval gekregen heeft. Toen dit verhaal op de website van CNN verscheen, kregen enkele aandeelhouders het benauwd en verkochten ze hun aandelen. Tot bleek dat dit bericht fout was en de koers zich terug stabiliseerde.

Maar stellen we ons de vraag of een blog betrouwbaar is? Barrie Gunter, Vincent Campbell, Maria Touri en Rachel Gibson kwamen tot de bedenking dat die vraag niet altijd even prominent is. Mensen willen sneller van een grote en invloedrijke blog weten of ze betrouwbaar is dan van een blog die weinig succes kent. Zij vermoedden ook dat de gepercipieerde betrouwbaarheid van blogs vaak samenhangt met die van het internet als medium. Phillips vindt dat het antwoord op de vraag samenhangt met waarden die bloggers onderscheiden van professionele journalisten. Bronvermelding en transparantheid zijn de belangrijkste waarden daarvan. Als je geen bronnen bij een artikel vindt, heb je geen idee waar de informatie echt vandaan komt. Phillips geeft meteen toe dat het voor grote mediaconcerns makkelijker is om bronnen te verifiëren, dankzij hun grotere personeelsbestand. Toch is volgens haar de verhouding niet zo wit-zwart, omdat mediabedrijven tegelijk onder tijds- en gelddruk staan, wat de ethische normen ondermijnt.

Bloggers zien zich dus wel vaak als journalist, maar hun werkwijze is daarom niet altijd even journalistiek correct. De bewijzen dat foute informatie soms gevolgen op andere domeinen kunnen hebben, maken duidelijk dat iedereen die op zoek is naar informatie waakzaam moet blijven. Waakzaam voor elke bron, hoe betrouwbaar ze ook lijkt. Een gewaarschuwd mens is er twee waard, dus kijk volgende keer na als je informatie van een blog wilt gebruiken.

Nog een nuttige – maar misschien ook grappige – tip: als je naar reliable blogs zoekt, let dan extra op. Voor je het weet, gaat je zoekresultaat over de betrouwbaarheid van de servers …

Bronnen

  • Benson, A. (2012, 13 september). Sid Watkins: F1 safety and medical pioneer dies aged 84. Geraadpleegd op 23 november 2012 via http://www.bbc.co.uk/sport/0/motorsport/19578977
  • Gunter, B., Campbell, V., Touri, M., & Gibson, R. (2009). Blogs, news and credibility. Aslib Proceedings61(2), 185-204.
  • Ji, H., & Sheehy, M. (2010). Growing number of bloggers see their work as journalism. Newspaper Research Journal, 31(4), 38-47. Geraadpleegd via http://web.ebscohost.com
  • Johnson, T. J., & Kaye, B. K. (2004). Wag the blog: How reliance on traditional media and the internet influence credibility perceptions of weblogs among blog users. Journalism & Mass Communication Quarterly81(3), 622-642. Geraadpleegd via http://web.ebscohost.com
  • Panthaky, N. (2008, 3 november). How Credible Are Blogs? Geraadpleegd op 24 november 2012 via http://news.accuracast.com/blogs-7471/how-credible-are-blogs
  • Phillips, A. (2010). Transparency and the new ethics of journalism. Journalism Practice, 4(3), 373-382. doi:10.1080/17512781003642972
Advertenties

Journalisten en nieuwe media: een gelukkig huwelijk?

Over het nut van nieuwe media zijn al vele tongen aan het rollen geraakt. Aan de ene kant heb je de adepten die nieuwe media zo revolutionair vinden dat ze niet meer zonder kunnen, daarnaast heb je mensen die wantrouwig staan tegenover nieuwe media en hun invloed op de maatschappij. Je kunt je de vraag stellen welke van deze twee bewegingen gelijk zal krijgen in de toekomst. De waarheid ligt echter waarschijnlijk ergens tussen de twee extremen van het spectrum: we moeten nieuwe media niet afschrijven, maar we moeten ze evenmin blindelings vertrouwen. Net zoals we ook over de ganse wereld rondom ons kritisch moeten zijn.

Een interessante vraag in dit kader is wat journalisten zelf vinden van nieuwe media. Zouden ze de voordelen van online media inzien en daarom besluiten dat het internet eerder een meerwaarde vormt voor journalisten dan een bedreiging voor hun vak? Uit verschillende onderzoeken blijkt alvast van wel.

In de periode 2005-2006 ondervraagden de Ier John O’Sullivan en de Fin Ari Heinonen journalisten uit elf Europese landen en stelden ze vast dat de relatie tussen journalisten en nieuwe media dubbel, maar voornamelijk positief en aanvullend is. Enerzijds erkende 79 procent van de journalisten dat het internet ervoor zorgt dat ze meer bronnen kunnen raadplegen. 58 procent erkende dat het dankzij het internet eenvoudiger was om informatie te dubbelchecken op correctheid. Anderzijds beweerde iets meer dan de helft (56 procent) van de journalisten dat ze door het internet vaker met onbetrouwbare informatie te maken krijgen.

Toch gaan niet alle journalisten meteen aan de alarmbel luiden door de komst van nieuwe media. In het onderzoek van O’Sullivan en Heinonen vond 54 procent dat het internet geen bedreiging vormde voor de journalistiek, terwijl 23 procent dat net wel vond. David Pritchard en Marc-François Bernier kwamen tot een gelijkaardige conclusie bij journalisten in het Canadese Québec. Zowel in 1996 als in 2007 stonden journalisten voornamelijk positief tegenover nieuwe media. In 2007 sprak 78 procent van de ondervraagden zich positief uit over het internet en andere nieuwe technologieën, waarvan 26 procent uitgesproken positief. Negen procent toonde echter argwaan. Het paradoxale aan die negen procent was dat in 1996 amper vier procent een negatief beeld had over nieuwe media.

De houding tegenover nieuwe media maakt het voor mediabedrijven makkelijker deze een plaats te geven in hun aanbod. Dat de relatie tussen print en online zich aan het doorzetten is, valt namelijk moeilijk tegen te spreken. In 2011 voerde Rodica Melinda Şuţu onderzoek dat zich vooral toespitste op de diverse Roemeense media, maar ook een overzicht schetste van de situatie elders. Ze kwam ze tot de conclusie dat overal ter wereld mediabedrijven naar een multimediaconcept toegroeien, waarin print en online (maar ook audio en video) onder een dak toegepast worden. In Latijns-Amerika startte deze trend al in 2001, maar later dat decennium was dezelfde evolutie merkbaar in andere werelddelen. In Europa waren The Financial Times, The Guardian de BBC en het Spaanse Marca enkele van de toonaanzettende namen. Şuţu gaf journalisten de raad zich open op te stellen tegenover een onophoudelijk evoluerende mediawereld en zich bewust te zijn van de specifieke verschillen tussen de bestaande mediavormen. Zij die proberen zoveel mogelijk verschillende mediavormen te beheersen, zullen daar volgens Şuţu in de toekomst voordeel uit putten.

Toch hebben bepaalde journalisten nog steeds een klassiek beeld over printmedia. In het onderzoek van O’Sullivan en Heinonen ging 63 procent akkoord met de stelling dat printmedia betrouwbaarder zijn dan online media. Negentien procent beweerde dan weer net dat online media beter scoren op betrouwbaarheid dan traditionele geschreven media. Deze cijfers liepen bij de journalisten in de printmedia op tot 73 procent ‘akkoord’ en 10 procent ‘niet akkoord’. Dit wijst er volgens O’Sullivan en Heinonen op dat de printmedia meer aanzien hebben op het gebied van betrouwbaarheid.

Met andere woorden is internet een onoverkomelijk, maar onontbeerlijk medium in de journalistieke wereld geworden. Er zijn inderdaad meer bronnen en als gevolg meer onbetrouwbare bronnen beschikbaar, maar het is de taak van journalisten kritisch te blijven tegenover elke bron die ze raadplegen. De opkomst van online media verandert dus – gelukkig – niets aan de manier waarop journalisten met bronnen moeten omgaan. Daarenboven lijken journalisten doorgaans goed met vernieuwing om te gaan. Dat is een goede zaak, want journalisten die hun best doen om ontwikkelingen in hun wereld te begrijpen, kunnen daar op termijn voordeel uit halen. Toch blijven kranten een goed imago met zich meedragen als betrouwbaar medium. Maar zolang verschillende mediavormen in harmonie met elkaar kunnen leven, is een verschil in betrouwbaarheid zo slecht nog niet  zolang alle media voldoende betrouwbaar zijn en blijven. Journalistiek zou namelijk geen journalistiek zijn als de meerderheid van de bevolking er geen vertrouwen in had.

Bronnen

  • O’Sullivan, J., & Heinonen, A. (2008). Old values, new media. Journalism Practice, 2(3), 357-371. doi:10.1080/17512780802281081
  • Pritchard, D., & Bernier, M. (2010). Media Convergence and Changes in Québec Journalists’ Professional Values. Canadian Journal Of Communication35(4), 595-607.
  • Şuţu, R. (2011). Convergence, the New Way of Doing Journalism. Romanian Journal Of Journalism & Communication / Revista Romana De Jurnalism Si Comunicare- RRJC6(1), 48-53.