What’s in a name? – Over het label ‘journalist’

Dat nieuwe media niet altijd betrouwbaar zijn, hebben we al eerder aangehaald op deze blog. Maar wat betekent dit voor de status van zowel mensen die actief zijn in de ‘oudere’ als nieuwe media? Wat is nu eigenlijk een ‘journalist’, of wat moeten we daaronder verstaan? Wat is het onderscheid met pakweg een ‘blogger’?

Alan Knight, Cherian George en Alex Gerlis leidden hierover een debat op het eerste World Journalism Education Progress in 2007. Daarna toetsen we de voorstellen uit dit debat met andere bronnen en met elkaar.

Knight, George en Gerlis: Er moet iets veranderen

Volgens Knight kon iedereen een journalist zijn, zolang hij of zij professionele standaarden volgt. Hiermee onderscheiden ze zich van “de meeste bloggers, maar ook van Fox News”. Dit betekent wel dat Knight het klassieke onderscheid, waarbij de werkgever en het diploma bepalen wie journalist is, niet meer altijd relevant is.

Ook Gerlis pleitte voor een andere definitie. Hij wilde af van het imago dat journalistiek een ambacht is en pleitte dus voor een afgelijnde definitie van de journalist als een volwaardig iemand. Vroeger was volgens hem een journalist iemand die toegang had tot mediabedrijven en hun bronnen. In Groot-Brittannië kwam daarbij dat journalisten vroeger ‘apprenticeship’ (vergelijkbaar met een leercontract) moesten volgen bij een lokale krant vooraleer ze aan de slag konden bij nationale media. Ondertussen is die regel niet meer zo streng als ze ooit was.

Daarentegen gebruiken professionele journalisten tegenwoordig bijvoorbeeld blogs als bron. Burgerjournalisten die serieus worden genomen en toegang hebben tot professionele bronnen moeten volgens George zeker ook als journalist beschouwd worden. In die zin kan iedereen trouwens een journalist worden. George pleitte voor volgende criteria voor zogenaamde goede journalisten:

  • ze moeten, in vergelijking met amateurs/liefhebbers, hun vak serieus nemen;
  • ze moeten professionele werkwijzes en ethische codes volgen (nauwkeurig werken, bronnen verifiëren, feit en mening onderscheiden, bronnengeheim respecteren, kennis over mediawetgeving hebben en afstand van overheden en belangengroepen nemen);
  • ze moeten leren omgaan met blogs en andere user-generated content (UGC);
  • ze moeten voldoende opleiding krijgen, net als advocaten, dokters, leerkrachten en andere beroepen.

George belichtte de kwestie vanuit een ander perspectief. Vroeger konden ‘bloggers’ van de tijd, zoals politici, pamfletschrijvers en ideologen, ook hun mening kwijt in de toenmalige ‘pers’. Hij vond daarenboven dat een te strenge definitie van het beroep journalist in de kaart zou spelen van autoritaire regimes. Zulke staten kunnen namelijk enorme druk op hun pers leggen om bepaalde nieuwsberichten op een bepaalde manier te kleuren. Hoe minder journalisten, des te makkelijker de controle op de groep.

Hij pleit daarom voor een definitie als deze: iemand die op basis van waarneming, onderzoek en initiatief feiten omschrijft en commentaar levert en deze informatie aan het publiek verschaft. Volgens hen is het een te commercieel gericht idee om alle werknemers van nieuwsbedrijven als journalisten te beschouwen, maar tegelijk bloggers onder geen enkele omstandigheid onder die noemer te plaatsen.

Nabeschouwing

Ook Arthur Hayes, Jane B. Singer en Jerry Ceppos beroepten zich in hun academisch werk op het verleden. De persvrijheid zoals George die voorstelde lijkt op wat Hayes, Singer en Ceppos vertellen over  essayschrijvers. In de jaren 1700 speelden schrijvers als Defoe en Swift een cruciale rol in het ontstaan van journalistiek. De ene schrijver schreef politieke essays, de andere leverde commentaar zonder ‘incitement’ (aansporing), nog anderen deden aan belevingsjournalistiek. Met andere woorden, als we de achtiende-eeuwse Anglo-Amerikaanse standaard als uitgangspunt namen voor de definitie van een journalist, zou de betekenis ruim worden.

Misschien zouden we van training en opleiding een cruciaal criterium kunnen maken. Knight, George en Gerlis stelden dat iedereen die artikels schrijft getraind zou kunnen worden om correcte, nauwkeurige en kwaliteitsvolle artikels te schrijven. Daarom zou het goed zijn, mochten ethische en professionele normen in een journalistieke opleiding voldoende aandacht krijgen, indien niet centraal staan. Niet alle hedendaagse bloggers zullen even vaak informatie opzoeken en verifiëren omdat ze niet evenveel voeling hebben met de geldende normen op professioneel vlak.

Nog andere stemmen brengen verdere tegenargumenten in. Angela Phillips benadrukte bijvoorbeeld het belang van correcte informatie. Professionele normen maken volgens haar het verschil tussen de ene groep en de andere. Volgens haar is het ook logisch dat mediabedrijven met een veelheid aan medewerkers beter in staat zijn bronnen te verwerken en te verifiëren dan een individuele blogger. Wanneer het begrip journalistiek wordt uitgebreid, pleit ze ervoor dat vooral grote en kleine nieuwsbedrijven een plaats krijgen, op voorwaarde dat ze voldoende financiën hebben om hun lezerspubliek goede en kwaliteitsvolle artikels te leveren.

Inlevingsvermogen

Met andere woorden, een debat over het label ‘journalist’ lijkt wel degelijk op zijn plaats. Hetzelfde kan gezegd worden over een mentaliteitsverandering van ‘het volk’ tegenover nieuwsverspreiders – laten we ze even zo noemen. Wat dan de bepalende criteria moeten worden, daarover kunnen experts en anderen lang discussiëren.

Alleen is het misschien wel zo dat opleiding, training en bijscholing cruciaal zijn om te snappen dat een ‘perfect’ nieuwsbericht schrijven niet zo eenvoudig is als het lijkt. Wie schrijft, moet beseffen wat hij of zij doet, maar ook wat hij of zij kan veroorzaken, zelfs aanrichten. Correcte inhoud, correcte verwijzingen, geloofwaardigheid, betrouwbaarheid, …: het zijn niet zomaar academische begrippen, maar ze bepalen wie je bent. En, om even persoonlijk te zijn, een goede journalist is volgens mij iemand die de normen respecteert en zich tegelijkertijd kan inleven in de lezers en betrokkenen. Een goed artikel schrijf je niet voor jezelf, of toch niet in de eerste plaats. Dat doe je voor anderen.

Bronnen

  • Hayes, A. S., Singer, J. B., & Ceppos, J. (2007). Shifting roles, enduring values: The credible journalist in a digital age. Journal Of Mass Media Ethics, 22(4), 262-279. doi:10.1080/08900520701583545
  • Knight, A., Gerlis, A., & George, C. (2008). Who is a journalist? Journalism Studies, 9(1), 117-131. doi:10.1080/14616700701768204
  • Phillips, A. (2010). Transparency and the new ethics of journalism. Journalism Practice, 4(3), 373-382. doi:10.1080/17512781003642972

Alles is relatief, ook de waarheid

Zijn nieuwe media een betrouwbare bron voor journalisten? Het is een vraag die liefhebbers ervan tot nadenken kan zetten. Bij mezelf kwam deze vraag onlangs boven toen een figuur uit mijn favoriete sport stierf: Sid Watkins. Voor wie geen idee heeft wie Sid Watkins is, volgt hier een inleiding:

Sid Watkins was een Britse neurochirurg die van 1978 tot 2004 actief was als hoofd van de medische staf in de Formule 1. In die functie redde hij meermaals het leven van piloten in benarde situaties. Watkins was ook de man die tevergeefs Ayrton Senna aanspoorde om uit de Formule 1 te stappen. Nadat collega Roland Ratzenberger het leven verloren had in een crash, wachtte Senna zelf de dag erna hetzelfde lot. Ook na 2004 zette hij zich in voor de veiligheid in de sport door samen te blijven werken met de internationale autosportbond FIA. Watkins werd om zijn goedlachse karakter en zijn betrokkenheid erg gerespecteerd in de Formule 1-wereld, zelfs nadat hij op pensioen ging. Hij stierf op 12 september 2012 op 84-jarige leeftijd aan een hartaanval.

De dood van Sid Watkins werd niet eerst op officiële nieuwssites aangekondigd, zoals je misschien zou verwachten. Het nieuws werd daarentegen eerst op Twitter aangekondigd en opgepikt door andere Twittergebruikers en blogs. Pas meer dan een uur nadien vermeldden gespecialiseerde sites het nieuws, al hielden deze een slag rond de arm en vermeldden ze dat er later meer details volgden. Uiteindelijk bleek de tweet te kloppen en pikten ook officiële nieuwssites het nieuws op.

Stel nu dat een journalist zich op een van de blogs had gebaseerd die het nieuws had overgenomen en het verhaal was fout, had dit een schokgolf kunnen veroorzaken. Staan bloggers dan te sterk in hun schoenen en proberen ze op elke mogelijke manier lezers te lokken? Ik bekijk de situatie voor blogs, omdat dit medium eenvoudiger opgezocht en geïndexeerd kan worden dan Twitter. Het volstaat om te vermelden dat de originele tweet over Watkins’ overlijden haast onmogelijk terug te vinden is.

Hebben bloggers de waarheid in pacht?

Bloggers zijn alvast overtuigd van hun kwaliteiten om nieuws over de wereld te verspreiden. Zowel Thomas J. Johnson en Barbara K. Kaye als Hong Ji en Michael Sheehy onderzochten deze stelling en kwamen tot de conclusie dat steeds meer bloggers zichzelf als journalist beschouwen. Hierbij kan je wel een onderscheid maken tussen volwaardige journalistiek en een aanverwante vorm. Ji en Sheehy stelden vast dat het percentage bloggers dat bloggen een volwaardige vorm van journalistiek noemde tussen 2006 en 2008 steeg van 16,7 procent naar 44,8 procent. Wanneer de onderzoekers ook rekening hielden met bloggers die vonden dat bloggen geen journalistiek was, maar wel een verwante vorm of een aanvulling aan journalistiek, steeg het percentage van 66,7 procent naar 76,2 procent.

Of bloggers daarom ook de waarheid vertellen, is een andere vraag. Johnson en Kaye wezen er in hun onderzoek op dat blogs net als de eerste nieuwswebsites door iedereen opgestart kunnen worden. Niemand moet de verantwoordelijkheid opnemen voor de inhoud op een blog, die zelfs anoniem gepubliceerd kan worden. Daarenboven moeten bloggers zich evenmin aan journalistieke waarden houden, iets wat journalisten zich moeilijk kunnen veroorloven tegenover hun werkgevers.

De inhoud van blogs is daarenboven niet altijd even correct als buitenstaanders denken, ondervond onder meer Angela Phillips in haar onderzoek over de transparantie van blogs en journalistiek. Sommige bloggers publiceren volgens haar geruchten zonder dat ze zeker weten of deze geruchten elders bevestigd zijn. Ze beschouwen waarheid eerder als een waarde die zich automatisch ontwikkelt, of zoals Phillips het noemde, a truth in progress. Volgens hem wachten zulke bloggers op reacties van lezers om zo te weten te komen of de inhoud in hun blogpost waar is. Je kunt de betrouwbaarheid van zulke blogs dus betwisten omdat je als bezoeker niet altijd na kunnen gaan waar de ongeverifieerde informatie vandaan komt. Dat geldt niet alleen voor mensen met (spontane) interesse, maar ook voor journalisten. Laat het net journalisten zijn die nood hebben aan betrouwbare en geverifieerde informatie.

Opletten blijft de boodschap

Blogs mogen dan nog een verrijking voor de media lijken, ze blijven soms een vergiftigd geschenk. In het voorbeeld dat in het begin van dit artikel aangehaald werd, bleek het nieuws te kloppen, maar er zijn ook voorbeelden waarin het foute nieuws gevolgen heeft. Zo was computerbedrijf Apple in oktober 2008 twee keer het slachtoffer van een blogpost met foute inhoud. In het eerste geval schreef iemand dat Apple een laptop uitbracht voor minder dan 800 dollar – een koopje, zal de Applekenner meteen denken. De New York Times schreven hier een artikel rond en de aandelen van Apple gingen van hoog (“Zo’n goedkope laptop?“) naar laag (“Wat een leugen!“). In het tweede geval schreef een andere blogger dat Steve Jobs een hartaanval gekregen heeft. Toen dit verhaal op de website van CNN verscheen, kregen enkele aandeelhouders het benauwd en verkochten ze hun aandelen. Tot bleek dat dit bericht fout was en de koers zich terug stabiliseerde.

Maar stellen we ons de vraag of een blog betrouwbaar is? Barrie Gunter, Vincent Campbell, Maria Touri en Rachel Gibson kwamen tot de bedenking dat die vraag niet altijd even prominent is. Mensen willen sneller van een grote en invloedrijke blog weten of ze betrouwbaar is dan van een blog die weinig succes kent. Zij vermoedden ook dat de gepercipieerde betrouwbaarheid van blogs vaak samenhangt met die van het internet als medium. Phillips vindt dat het antwoord op de vraag samenhangt met waarden die bloggers onderscheiden van professionele journalisten. Bronvermelding en transparantheid zijn de belangrijkste waarden daarvan. Als je geen bronnen bij een artikel vindt, heb je geen idee waar de informatie echt vandaan komt. Phillips geeft meteen toe dat het voor grote mediaconcerns makkelijker is om bronnen te verifiëren, dankzij hun grotere personeelsbestand. Toch is volgens haar de verhouding niet zo wit-zwart, omdat mediabedrijven tegelijk onder tijds- en gelddruk staan, wat de ethische normen ondermijnt.

Bloggers zien zich dus wel vaak als journalist, maar hun werkwijze is daarom niet altijd even journalistiek correct. De bewijzen dat foute informatie soms gevolgen op andere domeinen kunnen hebben, maken duidelijk dat iedereen die op zoek is naar informatie waakzaam moet blijven. Waakzaam voor elke bron, hoe betrouwbaar ze ook lijkt. Een gewaarschuwd mens is er twee waard, dus kijk volgende keer na als je informatie van een blog wilt gebruiken.

Nog een nuttige – maar misschien ook grappige – tip: als je naar reliable blogs zoekt, let dan extra op. Voor je het weet, gaat je zoekresultaat over de betrouwbaarheid van de servers …

Bronnen

  • Benson, A. (2012, 13 september). Sid Watkins: F1 safety and medical pioneer dies aged 84. Geraadpleegd op 23 november 2012 via http://www.bbc.co.uk/sport/0/motorsport/19578977
  • Gunter, B., Campbell, V., Touri, M., & Gibson, R. (2009). Blogs, news and credibility. Aslib Proceedings61(2), 185-204.
  • Ji, H., & Sheehy, M. (2010). Growing number of bloggers see their work as journalism. Newspaper Research Journal, 31(4), 38-47. Geraadpleegd via http://web.ebscohost.com
  • Johnson, T. J., & Kaye, B. K. (2004). Wag the blog: How reliance on traditional media and the internet influence credibility perceptions of weblogs among blog users. Journalism & Mass Communication Quarterly81(3), 622-642. Geraadpleegd via http://web.ebscohost.com
  • Panthaky, N. (2008, 3 november). How Credible Are Blogs? Geraadpleegd op 24 november 2012 via http://news.accuracast.com/blogs-7471/how-credible-are-blogs
  • Phillips, A. (2010). Transparency and the new ethics of journalism. Journalism Practice, 4(3), 373-382. doi:10.1080/17512781003642972