Journalisten en nieuwe media: een gelukkig huwelijk?

Over het nut van nieuwe media zijn al vele tongen aan het rollen geraakt. Aan de ene kant heb je de adepten die nieuwe media zo revolutionair vinden dat ze niet meer zonder kunnen, daarnaast heb je mensen die wantrouwig staan tegenover nieuwe media en hun invloed op de maatschappij. Je kunt je de vraag stellen welke van deze twee bewegingen gelijk zal krijgen in de toekomst. De waarheid ligt echter waarschijnlijk ergens tussen de twee extremen van het spectrum: we moeten nieuwe media niet afschrijven, maar we moeten ze evenmin blindelings vertrouwen. Net zoals we ook over de ganse wereld rondom ons kritisch moeten zijn.

Een interessante vraag in dit kader is wat journalisten zelf vinden van nieuwe media. Zouden ze de voordelen van online media inzien en daarom besluiten dat het internet eerder een meerwaarde vormt voor journalisten dan een bedreiging voor hun vak? Uit verschillende onderzoeken blijkt alvast van wel.

In de periode 2005-2006 ondervraagden de Ier John O’Sullivan en de Fin Ari Heinonen journalisten uit elf Europese landen en stelden ze vast dat de relatie tussen journalisten en nieuwe media dubbel, maar voornamelijk positief en aanvullend is. Enerzijds erkende 79 procent van de journalisten dat het internet ervoor zorgt dat ze meer bronnen kunnen raadplegen. 58 procent erkende dat het dankzij het internet eenvoudiger was om informatie te dubbelchecken op correctheid. Anderzijds beweerde iets meer dan de helft (56 procent) van de journalisten dat ze door het internet vaker met onbetrouwbare informatie te maken krijgen.

Toch gaan niet alle journalisten meteen aan de alarmbel luiden door de komst van nieuwe media. In het onderzoek van O’Sullivan en Heinonen vond 54 procent dat het internet geen bedreiging vormde voor de journalistiek, terwijl 23 procent dat net wel vond. David Pritchard en Marc-François Bernier kwamen tot een gelijkaardige conclusie bij journalisten in het Canadese Québec. Zowel in 1996 als in 2007 stonden journalisten voornamelijk positief tegenover nieuwe media. In 2007 sprak 78 procent van de ondervraagden zich positief uit over het internet en andere nieuwe technologieën, waarvan 26 procent uitgesproken positief. Negen procent toonde echter argwaan. Het paradoxale aan die negen procent was dat in 1996 amper vier procent een negatief beeld had over nieuwe media.

De houding tegenover nieuwe media maakt het voor mediabedrijven makkelijker deze een plaats te geven in hun aanbod. Dat de relatie tussen print en online zich aan het doorzetten is, valt namelijk moeilijk tegen te spreken. In 2011 voerde Rodica Melinda Şuţu onderzoek dat zich vooral toespitste op de diverse Roemeense media, maar ook een overzicht schetste van de situatie elders. Ze kwam ze tot de conclusie dat overal ter wereld mediabedrijven naar een multimediaconcept toegroeien, waarin print en online (maar ook audio en video) onder een dak toegepast worden. In Latijns-Amerika startte deze trend al in 2001, maar later dat decennium was dezelfde evolutie merkbaar in andere werelddelen. In Europa waren The Financial Times, The Guardian de BBC en het Spaanse Marca enkele van de toonaanzettende namen. Şuţu gaf journalisten de raad zich open op te stellen tegenover een onophoudelijk evoluerende mediawereld en zich bewust te zijn van de specifieke verschillen tussen de bestaande mediavormen. Zij die proberen zoveel mogelijk verschillende mediavormen te beheersen, zullen daar volgens Şuţu in de toekomst voordeel uit putten.

Toch hebben bepaalde journalisten nog steeds een klassiek beeld over printmedia. In het onderzoek van O’Sullivan en Heinonen ging 63 procent akkoord met de stelling dat printmedia betrouwbaarder zijn dan online media. Negentien procent beweerde dan weer net dat online media beter scoren op betrouwbaarheid dan traditionele geschreven media. Deze cijfers liepen bij de journalisten in de printmedia op tot 73 procent ‘akkoord’ en 10 procent ‘niet akkoord’. Dit wijst er volgens O’Sullivan en Heinonen op dat de printmedia meer aanzien hebben op het gebied van betrouwbaarheid.

Met andere woorden is internet een onoverkomelijk, maar onontbeerlijk medium in de journalistieke wereld geworden. Er zijn inderdaad meer bronnen en als gevolg meer onbetrouwbare bronnen beschikbaar, maar het is de taak van journalisten kritisch te blijven tegenover elke bron die ze raadplegen. De opkomst van online media verandert dus – gelukkig – niets aan de manier waarop journalisten met bronnen moeten omgaan. Daarenboven lijken journalisten doorgaans goed met vernieuwing om te gaan. Dat is een goede zaak, want journalisten die hun best doen om ontwikkelingen in hun wereld te begrijpen, kunnen daar op termijn voordeel uit halen. Toch blijven kranten een goed imago met zich meedragen als betrouwbaar medium. Maar zolang verschillende mediavormen in harmonie met elkaar kunnen leven, is een verschil in betrouwbaarheid zo slecht nog niet  zolang alle media voldoende betrouwbaar zijn en blijven. Journalistiek zou namelijk geen journalistiek zijn als de meerderheid van de bevolking er geen vertrouwen in had.

Bronnen

  • O’Sullivan, J., & Heinonen, A. (2008). Old values, new media. Journalism Practice, 2(3), 357-371. doi:10.1080/17512780802281081
  • Pritchard, D., & Bernier, M. (2010). Media Convergence and Changes in Québec Journalists’ Professional Values. Canadian Journal Of Communication35(4), 595-607.
  • Şuţu, R. (2011). Convergence, the New Way of Doing Journalism. Romanian Journal Of Journalism & Communication / Revista Romana De Jurnalism Si Comunicare- RRJC6(1), 48-53.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s